Uithuizen 2011
We
hadden het al jaren op ons 'verlanglijstje' staan, een echte
wadlooptocht naar één van de Waddeneilanden. In augustus 2011 zou
het er al van komen, maar helaas werd Nederland in die maand
geteisterd door regen en onweer en werd de tocht op het laatste
moment afgelast.
Maar op 2 oktober was het toch zover. Vroeg in de morgen gingen we met de Stichting Uithuizer Wad een tocht maken naar het eiland Rottumeroog. Het was een prachtige dag met schitterend weer, dus de tocht was een mooie ervaring.
Klik
voor een foto-indruk van deze dag op
deze link.
Reisverslag:
Stichting Uithuizer Wad organiseert uitsluitend wadlooptochten naar Rottumeroog over het Uithuizerwad ten noorden van de Groningen. Tijdens de tocht van ongeveer 3½ uur loop je ongeveer 13 kilometer door dit oostelijke Waddengebied. De tocht begon al om 6 uur 's ochtends bij een van de mooiste borgen (de Groningse variant van een kasteel) van Groningen, de Menkemaborg in het dorp Uithuizen.
Na
een kopje koffie vertrekken we om half 7 naar de
dijk ten noorden van Uithuizen. Na een korte uitleg van een van de
gidsen lopen we het wad op. We
lopen eerst een paar honderd meter over de kwelder:
het buitendijkse gebied dat zo hoog ligt, dat het alleen bij
stormvloed nog wordt overspoeld. De kwelder is begroeid met grassen,
zeekraal, lamsoor en andere planten die zo’n incidenteel
zoutwaterbad kunnen overleven. Hier is de ondergrond hard en goed te
belopen.
Vervolgens lopen we ongeveer een kilometer door het landaanwinningsgebied, een strook die zo vaak door zeewater wordt overspoeld, dat plantengroei er niet mogelijk is. Dit gebied wordt door rijsdammen – dammen van houten palen met gevlochten wilgen- of essentakken ertussen – verdeeld in vakken van 400x400 meter. In deze vakken komt het water enigszins tot rust, zodat fijne zand- en slibdeeltjes kunnen bezinken. Door die aanslibbing wordt het gebied steeds hoger. In vroegere tijden werd er dan uiteindelijk een dijk omheen gelegd, zodat een nieuwe polder ontstond. Tegenwoordig doet men dit niet meer op deze manier, hooguit uit cultuurhistorische overwegingen en als kustbescherming. Ondanks dat er hier en daar een laag slib ligt, gaat het lopen in het landaanwinningsgebied nog redelijk makkelijk.
Aan het einde van het landaanwinningsgebied gaan we het ‘echte’ wad op. Er volgt
dan ongeveer 2 kilometer door een gebied waar een laagje water
staat (10-20 cm) en waar met name in het begin slib ligt. Daarna
komen we uit bij het Ra. Deze met stokken en boeien bebakende
vaargeul die van oost naar west door het wantij loopt, moeten we
oversteken. Het is de meest lastige geul die we op de route
tegenkomen. We zijn ruim voor laagwater van de dijk vertrokken,
zodat we aan
het eind van de tocht niet door het opkomende water worden verrast.
Daarom moeten we het Ra doorwaden vóórdat het water
het laagste punt heeft bereikt. Hoeveel water er daadwerkelijk in de
geul staat, is afhankelijk van het soort getij (springtij of
doodtij) en van de weersomstandigheden. Het is vandaag bijna
windstil, dus het water staat niet hoog op het Ra. De bodem in de geul
is wel ‘slikkig’, dus we moeten rustig lopen.
Wanneer we het Ra door zijn, wordt de ondergrond vrij snel steviger
en beter te belopen. We houden nu even een korte pauze voor een
broodje en wat drinken. We hebben nu een
kwart van de afstand afgelegd, maar wel het zwaarste deel van de
tocht achter de rug.
Het wad wordt steeds hoger en meer zanderig. We doorkruisen een aantal van oost naar west lopende geulen, de uitlopers van het Sparregat, of de Reeprielen. Deze geulen zijn makkelijker te doorwaden dan het Ra, omdat de bodem hard is. Na zo'n twee uur lopen, stoppen we voor de tweede pauze. We vervolgen de tocht richting de Zuiderduintjes, een klein eilandje ten zuiden van Rottumeroog. Het is als broedplaats van vogels een beschermd natuurgebied en we houden ruim afstand. We lopen westelijk langs de Zuiderduintjes en zien uiteindelijk in het noordoosten Rottumeroog in volle glorie liggen.
We komen bijna bij het einddoel van de tocht: het strand aan de westkant van Rottumeroog, waar de boot op ons ligt te wachten. Nog verder naar het westen is Rottumerplaat te zien. Voordat we bij de boot aankomen moeten we nog een geul door: het Oost Schild. Nadat we het Oost Schild zijn overgestoken lopen we via het Weststrand van Rottumeroog richting de boot. De plaats waar we het Oost Schild doorwaden en de route naar de boot wordt bepaald door Staatsbosbeheer. Het Oost Schild is een van de plekken in het oostelijk Waddengebied waar zeehonden jaarlijks een ligplaats kiezen. Om die zeehonden niet te verstoren – vooral niet in de periode dat ze hun jongen op de oever zogen – heeft Staatsbosbeheer met behulp van stokken aangeven wat de toegestane route over het strand is. Na een beetje waden door het weer snel opkomende water klimmen we aan boord van de boot, een oude garnalenvisser.
Over de Waddenzee, het land is inmiddels al weer water geworden, varen we terug. Heerlijk in het zonnetje op het bovendek! Nadat we bij Rottumeroog vertrokken waren, voeren we vlak langs een zandplaat die als een van de belangrijkste rustplaatsen van de zeehonden in het Waddengebied geldt. We zien daar grote groepen zeehonden liggen. De boottocht terug naar het Groninger vasteland duurt een kleine 3 uur. Na aankomst in het getijdenhaventje Noordpolderzijl werden we per touringcar weer naar de Menkemaborg teruggebracht.